Besparingsmaatregelen: een stand van zaken
U zal wellicht in de media hebben gelezen of gehoord dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Ministerraad zich hebben gebogen over de wetteksten ter omkadering van de voorgestelde besparingsmaatregelen in de gezondheidssector in het kader van de begroting 2012.
Kamer van Volksvertegenwoordigers van 02 februari 2012: wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake gezondheid
Dit wetsontwerp integreert onder meer de wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Het legt de wettelijke basis voor de besparingsmaatregelen inzake de prijzen en de terugbetalingsbasissen van terugbetaalde specialiteiten en voert de wettelijke basis in voor het plafond van de tussenkomst van de ZIV.
Dit ontwerp wijzigt ook het KB nr 78 van 10 november 1967 door het substitutierecht in te voeren voor de apothekers in de voor het publiek toegankelijke apotheek bij de uitvoering van voorschriften voor acute behandelingen met antibiotica en antimycotica. Voor specialiteiten waarvoor een terugbetalingsplafond werd vastgelegd, is dit substitutierecht ook van toepassing wanneer de prijs van de voorgeschreven specialiteit hoger ligt dan de som van de persoonlijke tussenkomst en de tussenkomst door de Verzekering. Het wetsontwerp behoudt de voorschrijver het recht voor zich te verzetten door therapeutisch bezwaar aan te tekenen.
De tekst werd aan de Senaat overgemaakt op 2 februari 2012. Na akkoord van de Senaat zal hij vervolgens in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd.
Ministerraad van 03 februari 2012: goedkeuring van twee ontwerpen van KB houdende besparingsmaatregelen in het kader van de geneesmiddelen
Het eerste ontwerp wijzigt het KB van 07 mei 1991 tot bepaling van de persoonlijke tussenkomst van de begunstigden in de kostprijs van de terugbetaalbare farmaceutische verstrekkingen. Het voert een plafond in voor de goedkoopste specialiteit van elke molecule voor de geneesmiddelenklassen die aanzienlijke uitgaven vertegenwoordigen en waar de concurrentie bijzonder sterk aanwezig is. Dit betreft meer specifiek de maatregel inzake de PPI in het kader van het terugbetalingsplafond.
Het tweede ontwerp wijzigt het KB van 21 december 2001 dat de procedures, termijnen en voorwaarden vastlegt voor de tussenkomst van de verplichte verzekering in de kostprijs van farmaceutische specialiteiten.
Dit ontwerp zal volgens ons toelaten om de maatregelen over de aflevering van het goedkoopste geneesmiddel of het geneesmiddel dat zich binnen een vork van 5% bevindt, in een voorschrift op stofnaam om te zetten. Dit tweede ontwerp bepaalt ook de categorie F voor een forfaitaire terugbetaling van de geneesmiddelen tegen maagzweren.
Tot op heden hebben wij, behalve het perscommuniqué van de Ministerraad, nog geen teksten van de KB’s ontvangen.
Bijgevolg interpelleerden wij het RIZIV om een aantal punten op te helderen die meer duidelijkheid vergen zoals:
- Beperkt de notie “therapeutisch bezwaar” zich tot de allergie voor een excipiëns of moet dit breder worden gezien?
- In welke omstandigheden mag de apotheker niet substitueren: volstaat een eenvoudige vermelding als “niet substitueren” of moet er expliciet melding worden gemaakt van een allergie? Moet het product worden vermeld wanneer moet worden verwezen naar de lijst met excipiëntia met een algemeen bekend effect?
- Wat is het gevolg voor de terugbetaling wanneer de apotheker de voorgeschreven specialiteit niet mag substitueren?
- Zal de patiënt een supplement moeten betalen ingeval van therapeutisch bezwaar in verhouding tot een forfait of een plafond? Of blijven deze specialiteiten normaal terugbetaald?
Wij houden u op de hoogte zodra wij meer info hebben.
Referentie: www.apb.be
