Juridisch
ARREST V 11/0801: Arrest van het Europees Hof van Justitie dd. 10.11.2011: Overdracht algemeenheid goederen of bedrijfsafdeling (BTW)
Het begrip overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen moet worden begrepen als de eigendomsoverdracht van de goederenvoorraad en de winkeluitrusting van een detailhandelszaak, tegelijk met de verhuur voor onbepaalde tijd van de winkelruimte aan de verkrijger, maar waarbij de huurovereenkomst door beide partijen op korte termijn kan worden opgezegd, op voorwaarde dat de overgedragen goederen volstaan zodat de verkrijger een autonome economische activiteit duurzaam kan voortzetten.
ARREST G 11/0844 dd. 18.10.2011: Beroepskosten - Zwembad - Geneesheer
ARREST BE1 11/0858 dd. 26.05.2011: Abnormale en goedgunstige voordelen - Vruchtgebruik - Beeindiging - Uitgevoerde werken
ARREST GWH 11/0959 dd dd. 15.12.2011: Stopzetting beroepsactiviteit - Beroepskosten - Desaffectatie
Zijn intresten die voorheen voor uw beroep aftrekbaar waren nog een aftrekbare kost na de stopzetting?
Meeneembaarheid van regstratierechten hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest: een uiteenzetting.
ARREST A 11/0658: Vruchtgebruik - Recht van opstal
Vruchtgebruik - Recht van opstal
Een vruchtgebruik, in combinatie met een speciale clausule in het contract over samen bouwen door blote eigenaar en vruchtgebruiker, kan niet geherkwalificeerd worden in een recht van opstal. De rechtsgevolgen verschillen te sterk.
ARREST G1 11/0003 BTW - controle: Bewaring en voorleggen boeken en stukken - Verlenging verjaringstermijn - Fraude
De btw-belastingplichtige is krachtens artikel 60 Btw-wetboek gehouden tot een bewaringsplicht, wat inhoudt dat de boeken en stukken, bij wijziging van een maatschappelijke zetel, moeten overgebracht worden naar de nieuw gekozen maatschappelijke zetel en dat de controleagenten aldaar inzage dienen te nemen van deze stukken. Artikel 61 Btw-wetboek bepaalt immers dat de inzage geschiedt ter plaatse bij de btw-belastingplichtige.
De verlengde verjaringstermijn van zeven jaar verleent aan de btw-administratie enkel de mogelijkheid om de belasting te vestigen. Het is de administratie als dusdanig niet uitdrukkelijk toegelaten om gedurende deze uitzonderlijke verjaringstermijn alsnog onderzoekshandelingen te stellen. De toepassing van de verlengde verjaringstermijn veronderstelt immers het bestaan van bewijskrachtige gegevens waarvan de btw-administratie kennis heeft gekregen, hetgeen inhoudt dat deze informatie, desgevallend na deze in verband te hebben gebracht met andere gegevens waarover de btw-administratie reeds beschikte, zonder enige vorm van aanvullend onderzoek aantoont welke belastbare handelingen niet werden aangegeven of nog, welke onrechtmatige belastingaftrekken werden toegepast. Het aanwenden van haar onderzoeksbevoegdheid door de administratie buiten de toepasselijke verjaringstermijn leidt bijgevolg tot de nietigheid van de controles.
ARREST B 10/0078: Meerwaarden op beroepsvermogen - Stopzettingsmeerwaarden - Beroepsmatig karakter - Desaffectatie - Onroerend goed waarop werd afgeschreven
Het feit dat in voorgaande aanslagjaren afschrijvingen op het onroerend goed geboekt werden die in mindering gebracht werden van het alsdan door verzoeker (garagist) behaalde beroepsinkomen, laat niet toe de in 1992 behaalde meerwaarde als een meerwaarde behaald tijdens de uitoefening van de beroepsactiviteit te belasten. Het onroerend goed is na de stopzetting van de activiteit in persoonlijke naam (eind 1989) gaan behoren tot het privépatrimonium en de inkomsten hieruit werden in de tussenliggende aanslagjaren als onroerend inkomen belast. De taxatie is niet doorgevoerd op grond van artikel 28 van het WIB 1992 en door de Belgische Staat, die in deze de bewijslast heeft, wordt niet aangetoond dat de meerwaarde behaald is of vastgesteld is als gevolg of ter gelegenheid van de stopzetting van de beroepswerkzaamheid van verzoeker.
ARREST H1 11/0234: Bedrijfsleider - Voordelen van alle aard - Aankoop onroerende goederen tegen gunstige prijs
ARREST LE1 11/0086: Beroepskosten - Receptiekosten - Publiciteitskosten - Aftrekbeperking
Artikel 53, 8° van het WIB92 (aftrekbeperking tot 50% van receptiekosten) is een uitzondering op de regel van artikel 49 van het WIB92. Het heeft dus betrekking op beroepskosten die niet volledig kunnen worden afgetrokken. Dat de receptiekosten gemaakt worden om goederen te verkopen en publiciteit te maken, en dus beroepsmatig zijn, doet bijgevolg niet af aan de aftrekbeperking. Dat ze ook als kosten van publiciteit beschouwd kunnen worden, evenmin: het blijven receptiekosten. De gekende cassatierechtspraak over receptiekosten betreft btw-zaken en is dus niet van toepassing. Voor de btw was de bedoeling van de wetgever anders, namelijk de btw op kosten die geen louter professioneel karakter hebben, van de aftrek uitsluiten. Ook het feit dat de kosten gefactureerd werden samen met andere kosten voor de organisatie van de modeshow waarvan de aftrek wel volledig aanvaard is, verandert niets aan de zaak. Er is immers geen enkele wettekst of geen enkel rechtsbeginsel dat inhoudt dat alle kosten die met één factuur gefactureerd worden, dezelfde fiscale behandeling moeten ondergaan
ARREST BE1 10/1592: Toekenning aan meewerkende echtgeno(o)t(e) - Advocaat
A 10/1341: Waardering van vruchtgebruik
Hoe moet vruchtgebruik worden gewaardeerd?
Een vennootschap koopt het vruchtgebruik en haar zaakvoerder de naakte eigendom. Hoe moet het vruchtgebruik gewaardeerd worden? Een twistpunt bij controle. En spijtig genoeg hanteren niet alle controles de zelfde werkwijze. Een nuttig arrest wordt hieronder weergegeven.
Arrest B 10/0667: meerwaarde verkoop onroerend goed: geen desaffectatie
ARREST L 10/0219 : Beroepskosten - Managementvergoeding
Een moedervennootschap is afgevaardigd bestuurder in haar dochtervennootschap. Via haar twee afgevaardigd bestuurders/natuurlijke personen (die tevens bestuurder zijn van de dochtervennootschap) verricht de moeder prestaties van dagelijks bestuur voor haar dochter. De fiscus verwerpt de aftrek van de management fees die de dochter aan de moeder betaalt, onder meer wegens vage facturen (die enkel melding maken van 'bestuurdersvergoeding').
Meerwaarde niet belastbaar: vonnis rechtbank van Hasselt 23/03/2010
Volgens de belastingplichtigen was er sprake van 'desaffectatie' van het onroerend goed gelet op het feit dat tussen de datum van de stopzetting van hun beroepsactiviteit en de datum van de verkoop van het onroerend goed, een termijn van ongeveer drie jaar verlopen was. De administratie stelt dat er geen sprake kan zijn van desaffectatie nu het gebouw aan de vennootschap werd verhuurd in de periode 2002 tot 2004, die het professioneel heeft aangewend (als opslagplaats voor goederen), het gebouw verhuurd werd aan de vennootschap waarvan één van de belastingplichtigen zaakvoerder was en de vennootschap de betaalde huur als beroepskost in aftrek heeft gebracht. Volgens de rechtbank moet de administratie bewijzen dat er sprake is van een belastbare meerwaarde in de zin van art. 28, lid 1, 1° WIB92. De administratie dient daarbij te bewijzen dat de meerwaarde werd gerealiseerd 'toen de eenmanszaak werd stopgezet' en dat er een band is tussen de stopzetting en de vervreemding. In casu tonen de elementen die de administratie aanvoert, geenszins aan dat de meerwaarde die de belastingplichtige heeft gerealiseerd, werd verkregen uit hoofde of naar aanleiding van de stopzetting van de eenmanszaak. Het louter verhuren van een gebouw aan een vennootschap die het voor professionele doeleinden aanwendt, is in hoofde van de verhuurder geen beroepswerkzaamheid. Het feit dat wordt verhuurd aan een vennootschap waarvan één van de eigenaars van het onroerend goed zaakvoerder is, is niet doorslaggevend en op basis daarvan kan de administratie de meerwaarde die werd gerealiseerd, niet als een 'stopzettingsmeerwaarde' in de zin van art. 28, lid 1, 1° WIB92 belasten.
Arrest Gent 24/02/2009: Liquidatiebonus 2002 niet aangegeven in de personenbelasting. Kan de fiscus de verlengde aanslagtermijn toepassen?
Een paar klanten van Accountancy KOVAG hebben in 2002 hun vennootschap vereffend. Tot eind april 2002 waren de naar aanleiding van een vereffening uitgekeerde reserves niet onderworpen aan de roerende voorheffing. Eind april besliste de regering echter om met terugwerkende kracht 10% roerende voorheffing te heffen op de uitgekeerde reserves. Er is toen een procedure aangespannen tegen deze maatregel. Als resultaat mocht alle doorgestorte roerende voorheffing worden teruggevorderd. Onze klanten hebben dit gedaan.
Echter, de administratie heeft dan berichten van wijziging gestuurd op persoonlijke naam om die roerende voorheffing toch te kunnen innen. Het argument was dat de fiscus daarmee te laat was. Echter, spijtig genoeg zijn de betrokkenen in het ongelijk gesteld. Daarenboven moet ook nog opgemerkt worden dat de fiscus niet iedereen hierop aangepakt heeft. Sommige hebben na de terugvordering van de roerende voorheffing niets meer van de fiscus gehoord en anderen hebben de roerende voorheffing via hun aangifte in de personenbelasting moeten betalen. Een zeer spijtige en oneerlijke zaak. Dit arrest legt nog eens uit dat de fiscus wel de verlengde aanslagtermijn mag inroepen.
Arrest Luik 7 januari 2009: Leasingmaatschappij zegt wie aankoopoptie auto heeft gelicht: Bankgeheim?
De praktijk is gekend. De vennootschap least een wagen. Na afloop van de wagen wordt de aankoopoptie uitgeoefend door de bestuurder natuurlijk persoon of door zijn/haar echtgenoot. De wagen koopt zo “goedkoop” in handen van de natuurlijk persoon. De administratie belast dit dikwijls als een voordeel alle aard.
In dit arrest werd de wijze waarop de inlichting werd verkregen betwist.
Arrest Gent 11.03.2009: Meerwaarden - Activa gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid
Wat zijn de voorwaarden om activa die verkocht worden niet aan het normale progressieve tarief te belasten?
Accountancy KOVAG - De Westvlaamse
Kortrijksesteenweg 157
9830 Sint-Martens-Latem
Tel 09 225 06 28
Fax 09 223 22 68
